Geschiedenis park

De geschiedenis van Thurlede

Schiedam telde in 1913 al 128 volkstuinen, verdeeld over vele door de gemeente, vaak tijdelijk, aangewezen perceeltjes. In de jaren ‘50 werd het eerste grote complex geopend, wat nu Vijfsluizen heet.

Foto: Kantine Thurlede 1963

Rotterdams Nieuwsblad 28 juni 1963

Op 18 december 1962 werd de eerste algemene ledenvergadering van Thurlede gehouden, waarbij meteen de naam werd vastgesteld. In mei 1963 werd door 7 bouwvakkers begonnen met de bouw van de eerste huisjes. De bouw verliep zeker niet vlotjes, want een jaar later waren lang niet alle huisjes opgeleverd. Toen een jaar later het nog niet klaar was, heeft zelfs de burgemeester er zich mee moeten bemoeien.

Langzamerhand verandert de samenstelling van de tuinders. Van ‘echte’ volkstuintjes waarbij met name arbeiders met hun groenten in de weer waren, tot een mix van sier-, groente- en recreatietuinen voor alle sociale klassen.

Door dit veranderende gebruik besloot de Schiedamse gemeenteraad in 1982 in totaal 650.000 gulden te reserveren voor de aanleg van een water- en rioolaansluiting voor elke tuin.

De belangstelling voor volkstuinen mag dan nog steeds toenemen, in totaal neemt het aantal tuinen gestaag af door uitbreidingsplannen van gemeenten en de NS.

De geschiedenis van de volkstuin

Arbeiderstuinen

De oorsprong van de arbeiderstuin – zoals de volkstuin lang werd genoemd – gaat terug naar de eerste helft van de 19e eeuw. De arbeiderstuin was een vorm van liefdadigheid die gegeven werd door de rijkere klasse aan de arbeiders. De rijkeren zagen in de uitgegeven tuin een middel tot beschaving waarbij de ‘zedelijke toestand van de werkman’ verbeterd moest worden. De arbeider en zijn kinderen zouden door contact met de natuur zich netter gedragen, gelukkiger worden en gezonder gaan eten.

Grondlegger van deze gedachte was de Duitser Moritz Schreber, een Duits arts en pedagoog. Hij hield zich bezig met kinderproblematiek, en bestudeerde de sociale gevolgen voor grote groepen landarbeiders die naar de grote stad trokken. Hij had vergaande ideeën over hoe kinderen en jongeren hier zouden moeten opgroeien tot gezonde en eerbare mensen.

Meer buiten werken en leven was zijn oplossing voor het kwijtraken van overtollige energie. Hij ontwierp allerlei apparatuur om kinderen een betere lichaamshouding te geven, zoals vastsnoeren en zo een juiste zithouding aan tafel te geven. Dit alles zou ook later leiden tot een afname van de als ‘zeer schadelijk en gevaarlijke masturbatie’… in zijn ogen een belangrijk winstpunt.

Zijn eerste volkstuinen werden in 1864 gerealiseerd en daarom worden tot de dag van vandaag in Duitsland volkstuinen daarom ‘Schrebengarten’ (Schrebertuinen’) genoemd.

De gebruikers konden hun kennis van het platteland hier in de praktijk brengen. De groentetuinen waren een succes want hun oogst was een goede aanvulling op het slechte eten, hielp hun honger te stillen en het scheelde geld.

De eerste gebruikers hadden in de 19e eeuw niets over ‘hun’ tuin te zeggen, deze was immers gegeven.

In Nederland werd het eerste complex in 1838 in Franeker opgericht.

Later ontstonden daarnaast ook spontaan arbeiderstuinen. Die laatste waren gewoon stukjes braakliggend land aan de rand van de stad die arbeiders begonnen te gebruiken als groentetuin. Deze ongeorganiseerde en rommelige ‘kraak’ van land wekte toenemende ergernis op van de stedelingen en stadsbesturen en leidde weer tot afbraak van de tuinen door de autoriteiten.

Opkomst van de volkstuin

Om een oplossing te bieden voor alle sociale problemen, begonnen gemeenten met sociale woningbouw. Daarnaast startten ze zelf met het inrichten en verhuren van volkstuinen, waarmee ook de rechten van de tuinders veranderden. Deze echte volkstuinen kwamen rond 1910 van de grond en waren niet meer alleen bedoeld om groenten te verbouwen. Er kwam meer nadruk te liggen op recreatie in de buitenlucht.

Door de dreigende voedselschaarste tijdens de 1e wereldoorlog (1914-1918) werd overal gevraagd om meer volkstuinen, om zelf groenten te kunnen verbouwen.

Dit fenomeen keerde overigens terug in de loop van de 2e wereldoorlog, toen de voedselsituatie vanaf 1943 steeds slechter werd. Na deze crisis werd een groot deel van de tuintjes heringericht tot siertuin.

De verenigingen bleven toen nog zwak, want de gebruikers waren relatief laag opgeleid en hadden geen ervaring in besturen en confrontaties met de autoriteiten. Om de rechten van de tuinders lokaal en in de landelijke politiek te verdedigen, werd in 1929 de landelijke vereniging AVVN opgericht.

Tot in de jaren ’50 werden op de volkstuinen alleen groenten, aardappelen en fruit verbouwd. Pas na 1950 kwamen er ook siergewassen te staan. Dat leidde ertoe dat  steeds meer stedelingen de volkstuin gingen ontdekken als ideale plaats om te recreëren.

Ook ons Thurlede werd in deze bloeiperiode opgericht (in 1962). De gemeente Schiedam richtte tegen de rand van de stad het complex in, compleet met huisjes. Van deze oorspronkelijke huisjes staan er nog ongeveer 50 overeind. Ze zijn te herkennen aan hun naar achteren aflopend dak en hun maat van 4×4 meter, met later vaak een uitgebouwde serre van 2 meter diep.

Door stijgende welvaart werd de volkstuin in de jaren ‘70 vaak ingeruild voor buitenlandse vakanties of andere vormen van recreatie, die tot die tijd alleen weggelegd waren voor de welgestelden. De volkstuin raakte langzaam maar zeker in onbruik. En het draagvlak binnen de verenigingen met de vele benodigde vrijwilligers, nam snel af. Verloedering en sluiting van complexen werd een fenomeen. Later ging het weer bergopwaarts door meer aandacht voor gezonde voeding, natuur en milieu.