Mijn grootste trots in de tuin zijn zonder twijfel mijn rozen. Vooral de oude soorten hebben mijn hart gestolen: rozen die maar één keer per jaar bloeien, maar dan zó uitbundig en geurig dat de hele tuin ervan vervuld raakt.
Over de toegangspoort en over het huisje groeien ramblers, wilde klimrozen die alles met een overdaad aan bloemen bedekken. Tussen de andere planten in staan de oude struikrozen met prachtige, bijna poëtische namen als Fantin-Latour en Cuisse de Nymphe — letterlijk “maagdelijke dijen”, in het Engels netjes vertaald als Maiden’s Blush.
En dan de moderne ‘David Austin rozen’ als Leander en Alexander Derby die de charme van oude rozen combineren met een lange bloei. En van bijzondere verschijningen, zoals de wonderlijke groene roos.
Karin | tuin 130