Ina: “Toen onze kinderen studeerden, ging ik op zoek naar een volkstuin. Mijn man vindt het niks, het is dus echt míjn tuin. Er was in 1997 nog geen wachtlijst. Dit huisje kreeg ik aangeboden, verstild, ver weg van de kantine, en dat vond ik heel fijn. Ik had een heel druk leven met een gezin, als muziekdocent, als dirigent van diverse koren, dus zocht ik een eigen plek om tot mezelf te komen. Het huisje was aan de buitenkant al wel af, maar aan de binnenkant moest nog veel gebeuren. Omdat de asbestplaten in de beschoeiing net vervangen waren, was de tuin een flinke investering, maar ik heb er nooit spijt van gehad.
De tuin bestond toen nog uit een groot grasveld met een enkele boom aan de zijkant. Mijn wens was een tuin waarin ik een boek kon lezen en tot rust komen. De wilde tuin van mijn buurvrouw – die er nu ook nog steeds zit – vond ik heel leuk en met haar wissel ik nog steeds zaadjes en stekjes uit. Ik krijg en geef biologische stekken aan iedereen die dat wil, zodat er geen vergif komt in onze tuinen voor de insecten.
Het saaie grasveld heb ik uitgestoken en opgerold, waardoor er een bergje ontstond. Daarin zitten nu al 20 jaar elke winter hommelnesten. Elk jaar plant ben ik heel zuinig op de vroegbloeiende planten waarmee de hommels na hun winterslaap meteen kunnen overleven.
Ik geniet van de vruchten die er groeien. Voor de enorme kiwi die tegen het huisje groeide, heeft mijn broer een mooie pergola gebouwd en dit jaar heb ik voor het eerst mijn eigen kiwi’s gegeten. Ik heb ook een pruimenboom en een bijzondere appelboom: de Glorie van Holland die door mijn overgrootvader is gekweekt!
Het één zijn met de natuur, dat is prachtig. Zodra je aankomt met je fiets en je tuinhekje opent, ontdekt je weer nieuwe dingen. Je hoofd gaat ‘in een andere stand’ en je bent meteen met je tuin bezig. Meestal neem ik wel een spannend boek mee, want dan ga ik tenminste nog een keertje zitten, even lekker tussen het tuinieren door. Nu ik wat ouder word, krijg ik gelukkig oor de zware dingen af en toe hulp van een jonge man. Ik heb het heel leuk met mijn buren. Ja, ik heb het – ondanks mijn pensioengerechtigde leeftijd – nog steeds druk. Als koordirigent heb je een intensief leven. Maar op mijn tuin vind ik rust.” Het beste wat ik ooit gekocht heb is mijn tuinhuis!


